• Bredero 2018

Nelleke Noordervliet: Bij meester Bartjens in de Pijlsteeg

Bredero en ik wurmen ons door de Pijlsteeg. Dat was en is een smalle gang tussen Dam en Oudezijds. Vroeger kwam ik wel eens in het proeflokaal van Wijnand Fockink, waar de kunst eruit bestond het glaasje zodanig zonder morsen met jenever te vullen dat er een kop op stond. Je werd geacht te bukken en zonder het glas te heffen de kop eraf te slurpen.


'In deze steeg ging ik naar school', zegt Gerbrand. 'Ik holde erheen met mijn vriendjes uit de buurt. Wij, eenvoudige jongens, waren voorbestemd voor de handel. De rijkeluiszoontjes gingen naar de Latijnse school. Meester Willem Bartjens, een jonge vent nog, was hier een school voor ons soort mensen begonnen. Hij had een prima rekenmethode bedacht. Vooruitstrevend. We leerden ook wat Frans vanwege de internationale contacten, al was dat niet veel. Het was een goede leerschool voor mijn werk later: belastingen innen.' Gerbrand barst in een hartelijke schaterlach uit. 'Kun je het je voorstellen? Ik?'

'Maar jij was niet als de andere jongens. Er zat meer in je.'

'Ik haalde net zoveel kattenkwaad uit, maar ik kon de beste smoezen verzinnen. Jij wordt nog eens een echte rederijker, zei de meester. Ik wist niet wat dat was. Maar ik bleek ze vaak te zien, want naast ons kwamen de mannen van d'Eglantier bij elkaar. Behalve veel drinken schenen ze er wedstrijden te houden in het schrijven van gedichten. Mijn vader was lid van de schutterij van de Oude Zijde maar tot rederijker heeft hij het niet geschopt. Het oor voor taal had ik van mijn moeder.'

'Hoe ging het eraan toe op school?'

'We zaten klein bij klein en groot bij groot in het lokaal. De meester vooraan, de plak waarmee hij gemeen uit kon halen onder handbereik. Streng was hij, maar rechtvaardig. We leerden lezen. Lezen eerst. Dan rekenen en schrijven. Godsdienst. Vaderlandse Geschiedenis. We leerden uit het hoofd. We schreven op onze lei. 's Morgens school, 's middags school.'

'Vond je het leuk?'

'O ja, ik vond alles leuk. Ik vrat en dronk het. Ik leefde van mijn haren tot mijn tenen. Ik struikelde over mijn tong, ik zat niet stil. Soms droomde ik weg, ver weg. Dan gaf Bartjens me een draai om m'n oren. Opletten, jongen!'

'Wat vond je het fijnst?'

'Tekenen. Ik tekende het liefst. Nou was een vel papier niet goedkoop. Ik gebruikte het dus aan beide kanten en tekende het helemaal vol. Ik tekende na van prenten. Ik tekende voorwerpen, kannen, appels, boeken, wat ik maar zag. Schoenen, veel schoenen, vanwege de schoenmakerij van mijn vader. En langzaam kroop ik op naar benen, lijven, tronies. Schilder wilde ik worden. Ik ging vaak kijken bij Frans Badens op de Kalverstraat. Kon daar uren rondhangen. Mocht weleens verf wrijven. Ik deed dat met een toewijding, groter dan mijn schildertalent zou blijken te zijn. Die geur van het atelier zal ik nooit vergeten. Amsterdam was een stad van geuren. Op elke straathoek rook je iets anders, uit elke werkplaats kwam een andere wolk: houtzaagsel, turf, brand, suiker, hop, bloed, warm brood, wijn. Dat had ik willen tekenen: al die geuren. Maar die kun je zelfs niet beschrijven.'

Bredero staat stil en zoekt, kijkt om zich heen.

'Hier was het. De school van Bartjens. Nee, daar. Of nee, toch hier.'

Hij leunt met zijn voorhoofd tegen de koele stenen van een huis in de Pijlsteeg. Hij glimlacht. En begint dan zacht een lied te zingen: 'So haest as Gijsjen had vernomen dattet kermis was in Stee...' Hij loopt zingend de steeg uit.




Speciaal voor Stichting Bredero 2018 schrijft Nelleke Noordervliet dit jaar blogs over haar relatie met Gerbrand Adriaenszoon Bredero.

Meer over Nelleke Noordervliet.

0 keer bekeken

    © 2023 by Stichting Bredero 2018. Proudly created with Wix.com